Page 111 - AHATA
P. 111
Achtergrond FOTO HET GEHEUGEN VAN NEDERLAND politie-inspecteur Gorsira, wel- iswaar van de sergeant verno- men te hebben het werk pas te hebben laten beëindigen als alle vracht aan wal stond, maar dat toen zij de lichter voor de laatste keer aan de kant hadden ge- sleept, hij in de gaten kreeg dat de kade zó vol gestouwd was, dat zij niet over voldoende ruim- te beschikte voor meer zakken. Het was op dat moment klok- slag twee uur ‘s
15
vertrekken met het schip. Intus- sen brak de duisternis aan, maar leek het einde van het werk nog lang niet in zicht, waardoor de inmiddels aange- komen vrachtwagens ongela- den op de kade bleven staan. Dit deed Levisson het besluit ne- men, de chauffeurs te verzoe- ken om dan maar de aftocht te blazen met hun voertuigen en de volgende ochtend terug te ke- ren, terwijl ook voor hem de tijd was aangebroken om te stoppen
dat daar enige redenen aan ten grondslag lagen: de vracht be- vond zich in vijf verschillende ruimen en van tijd tot tijd kreeg men kleine regenbuitjes te ver- duren, waardoor Gion het werk telkens weer moest onderbre- ken, de lading mocht immers beslist niet nat worden. Tot overmaat van ramp bleek ook onvoldoende zeil voor het toe- dekken van de zakken aanwezig te zijn, waarvoor hij zich weer helemaal naar de stad moe
Maandag 1 oktober 2018 Nederlandse oorlogsschepen in het Schottegat. tegen elf uur op Scharloo opge- haald. Eenmaal op Caracasbaai gearriveerd, bleek de Rio Cor- rientes-kapitein wiens toestem- ming nodig was om de luiken te openen, in geen velden of we- gen te bekennen. Het lossen van het schip ging, toen alle bottlenecks uit de wereld waren geholpen, pas te- gen twee uur die namiddag van start. Nadat de eerste volle lich- ter de kade had be
Antilliaans Dagblad
FOTO HET GEHEUGEN VAN NEDERLAND beidsduur van ongeveer vijf uur uit. Ook stelde hij voor om de postzakken na aankomst op de kade, meteen op trucks te leg- gen, waarna elk volle vrachtwa- gen de goederen gelijk naar de aan de Kleine Werf gelegen loods 2 kon overbrengen. Sjouwers oververmoeid Bij het lossen van het schip liep het mis. Ik beschrijf hier de ver- sies van de verschillende in de zaak betrokken personen. Vol-
Maandag 1 oktober 2018 De postzakken-affaire in WOII(1) Zodoende was Levisson te- recht gekomen bij de agent van de Rio Corrientes: de Curaçao Harbour Corporation (CHC), een dochteronderneming van de firma S.E.L. Maduro en Sons. Via de CHC-directeur en de procuratiehouder en onder- directeur, respectievelijk Milton Maduro en Norman Chuman- ceiro, kwam Levisson terecht bij de chef afdeling scheepslading van deze commerciële instel- ling, Mooi Pieters. Deze zeg
Antilliaans Dagblad De opslagplaats van SEL Maduro. post kon worden overgegaan. Daar Levisson wist dat het niet voor de hand lag dat het Cu- raçaose censuurbureau zóveel zakken mail kon verwerken, be- sloot hij zich bij de inlichtingen- officier van de Amerikaanse marine, ‘lieutenant comman- der’ J.C. O’Neil, ervan te verge- wissen of doorzending van een deel binnen afzienbare tijd kon plaatsvinden. Er bestond een af- spraak met de Amerikaa
eilandengroep als gemakkelijke prooien voor Duitse agitators werden beschouwd en
landen onderworpen aan de postcensuur. Daarmee waren evenwel niet dezelfde functio- narissen belast als diegenen die zich bezighielden met de post uit het interneringskamp. Het bureau van de Algemeen Militair Commandant was aan- vankelijk in handen van de pro- cureur-peneraal Thys van der Laan, maar kwam vanaf begin 1942 te staan onder leiding van schout-bij-nacht baron Carel van Asbeck. Hij riep ter uitvoe- ring van de postcensuurt
In het boek ‘Wuiven vanaf de waranda’, beschrijf ik het drama van de honderden
mensen die enkel vanwege hun afkomst door het toenmalige bestuur van de
als kampgeïnterneerden moesten doorbrengen op Bonaire. daardoor gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog - sommigen zelfs tot juli 1947 - blijkt dat het Gebiedsdeel toen et ging om Duit- verscheidene notoire figuren sers/Oostenrij- herbergde, die op grond van kers, waaronder hun posities binnen de gemeen- enige tientallen schap misschien veel erger kwaad hadden kunnen verrich- ten. Zoals gezegd meenden de autoriteiten, ter uitsluiting va
Achtergrond Door Junnes Sint Jago H joden die hun land uitgerekend voor diezelfde nazi’s waren ontvlucht. Maar ook een zestigtal Nederlanders die in de nacht van 10 mei 1940 op de Benedenwindse Eilanden opgepakt werden. Toenmalig gouverneur voor dit gebieds- deel, Gielliam Wouters, schreef in een brief van 23 juni 1951 aan de Enquêtecommissie Rege- ringsbeleid 1940-1945: ,,De onderhavige lieden hadden door brandstichting in de raffi- naderijen en
14

