Page 12 - ANTILL DGB 29DEC
P. 12
12 Antilliaans Dagblad Zaterdag 29 december 2018
Literatuur
‘De Stoep’, scriptie
Zestig jaar geleden
geschreven
Dat Jules de Palm vóór zijn proefschrift uit
1969, over het Nederlands in het onderwijs in
de Antillen, een andere scriptie heeft geschre-
ven om zijn drs.-titel te verkrijgen, is bij weinig
mensen bekend. Voor die studie Nederlands
aan de universiteit van Leiden, heeft Jules de
Palm twee doctoraalscripties moeten schrijven,
zoals dat in 1958 te doen gebruikelijk was.
Door Jeroen Heuvel
Jules de Palm, links, met schrijver Cornelis Goslinga, 1955. FOTO’S FAMILIEARCHIEF
mdat het dit mee. [...] Het Papiamento is en komen van de naam van zijn een vrij eenvoudige verstech- wel de weelde permitteren
jaar zestig jaar blijft voor de Antilliaan een vrouw, Lucila Boskaljon en niek’ van Frits van der Molen, blanke verzen te publiceren:
geleden is, dat heilig bezit. Eenvoudige volks- Tournier is de achternaam van een redacteur van De Stoep, hij was, zoals reeds gezegd,
de scriptie over mensen bijvoorbeeld denken zijn moeder. Volgens De Palm zouden aanslaan ‘in een land een ‘zonderling’, van wie men
O De Stoep, het er niet aan om na hun school- heeft Engels ‘wel degelijk reke- waar de moeder-cultus zeker alles verwachtte en aanvaard-
Nederlandstalige literaire tijd- jaren nog één woord Neder- ning gehouden met zijn lezers- levendig’ is. Uiteraard, aldus de’.
schrift dat Chris Engels in lands te spreken, indien dit kring’. De Palm verwijst naar De Palm, viel een gedichtje van Het eerste nummer van De
1940 op Curaçao heeft opge- niet strikt noodzakelijk is. [...] ‘Het Curaçao waar de Tachti- mr. E. Elias - ‘vader der kran- Stoep werd volgens De Palm
richt, met succes is verdedigd Niet zonder enige trots heeft gers nog hoog op hun troon ze- ten’ en vertegenwoordiger van ‘sympathiek ontvangen’ door
en ik in de lokale kranten van men op Curaçao het bericht ge- telden en het sonnet nog be- de persdienst van het gouver- de Amigoe di Curaçao en de
die tijd geen bericht over deze lezen, dat drs. Raul G. Römer, schouwd werd als het non plus nement, in die tijd ‘in het cen- Beurs- en Nieuwsberichten.
scriptie heb kunnen terugvin- de Curaçaose hispanoloog, aan ultra van de poëzie’ en dat En- trum van Willemstad een even Deze twee in het Nederlands
den, noch in literatuurstudies de Gemeentelijke Universiteit gels daarom in het eerste num- vertrouwde figuur als thans op verschijnende dagbladen we-
over De Palm, past het om er te Amsterdam dit jaar Papia- mer ‘niet al te experimenteel het Haagse Buitenhof’ - ‘erg in zen voornamelijk op het be-
hier alsnog een verslag van te mento doceert.” zou zijn geweest’. de smaak van de Curaçaoë- lang van een Nederlands perio-
geven. Met dank aan Marion De Palm legt uit dat er rond De Palm legt uit waarom naars, die niet vrij te pleiten diek in de oorlogstijd en dat
Snetselaar, die me die scriptie, 1900 in het Spaans geschreven ‘zoetvloeiende gedichten, met zijn van chauvinisme’. Daar- uit Nederland ‘weinig meer te
in ouderwetse stencilvorm, en gedicht werd door bannelin- een bekend rijmschema en naast kon Luc. Tournier ‘zich verwachten viel’. Maar: ,,Een
heeft geleend. gen uit het vasteland en ei-
Na het doel en de aanleiding landskinderen en dat Joseph
voor de oprichting van De Sickman Corsen het eerste lite-
Stoep te hebben belicht, meent raire gedicht in het Papiamen-
De Palm: ,,Ik geloof niet, dat tu, ‘Atardi’, heeft geschreven
het in de bedoeling kan heb- en hoe verminkt dat in het Ne-
ben gelegen een specifiek An- derlands is vertaald door pater
tilliaans blad op te richten. De Poeiesz. ,,In de tijd van pater
vraag kan zelfs worden gesteld Poeiesz kende Curaçao alleen
of men kan verwachten, dat maar lagere scholen.” Hij geeft
het blad door Antillianen zou weer wat er in de schoolbiblio-
worden gelezen!” Hij vertelt theken van de eerste mulo-
over de positie van het Neder- scholen aan boeken heeft ge-
lands en de verschuivingen in staan en eindigt zijn introduc-
de maatschappij door de komst tie van zijn scriptie: ,,Het zal
van de raffinaderij. ,,Ongetwij- nu wel duidelijk zijn, dat de re-
feld zal men de vraag stellen, dactie van ‘De Stoep’ met haar
hoe het mogelijk is, dat de Ne- tijdschrift geen andere bedoe-
derlandse Antillen, die ruim ling kan hebben gehad dan een
driehonderd jaar door de Ne- forum te zijn voor de Neder-
derlanders zijn bestuurd, de landers in de diaspora. De le-
taal van hun kolonisatoren niet zers zou zij wel rekruteren uit
hebben overgenomen.” De de ambtenaren, handelslieden,
Palm wijst naar de West-Indi- Shell-employés, die bij elkaar
sche Compagnie (WIC), die toch maar een betrekkelijk
niets heeft gedaan aan de ver- kleine groep vormden van de
breiding van de taal en verlegt circa 75.000 inwoners.”
dan de focus naar de eilandbe- De Palm gaat dan verder
woner. ,,Nu spreekt de menta- over de rol van Chris Engels, of
liteit van de Antilliaan hier on- zijn alter ego Luc. Tournier.
tegenzeggelijk een woordje Van dit pseudoniem zou ‘Luc.’ Jules de Palm, rechts, luncht met Luis Daal, in de Teylerstraat, 1957.

