Page 21 - Sterk in vriendschap - kopie (2)_Neat
P. 21
Hoe werkt de zwaartekracht?
Newton beschrijft dat krachten altijd in paren voorkomen. En dan blijkt
dat zwaartekracht eigenlijk niets anders is.
De aarde, een object, trekt een ander object aan, of dat nu een mens,
een gebouw, een auto, een stoel of een appel is. De aarde trekt aan de
appel, maar de appel ook aan de aarde.
Omdat de aarde zo groot en zwaar is, trekt die een stuk harder.
Vallend papier
Een boek valt sneller dan een blad papier. Bij een licht voorwerp, blad pa-
pier, is de zwaartekracht kleiner dan bij een zwaar voorwerp, boek.
De snelheid van een vallend voorwerp hangt af van de zwaartekracht en
de luchtweerstand. De zwaartekracht versnelt een voorwerp, de luchtweer-
stand remt een voorwerp af.
Als je het vel papier op het boek legt en laat vallen, dan duwt het boek de
lucht weg voor het papier. Het papier heeft weinig last van de luchtweerstand en kan dus
sneller vallen dan wanneer je het zonder boek laat vallen.
In het luchtledige, waar geen luchtweerstand of wrijving is om dingen te vertragen, zullen
alle objecten, ongeacht hun massa, met dezelfde snelheid vallen. Deze snelheid staat be-
kend als de versnelling door zwaartekracht, die op aarde ongeveer 9,1 m/s² is. Dit betekent
dat de snelheid van een vallend voorwerp elke seconde met 9,81 meter per seconde toe-
neemt.
ALBERT EINSTEIN (14/03/1879 – 18/04/1955) was een Duits-
Zwitsers-Amerikaanse theoretisch natuurkundige van Joodse af-
komst. Hij werd algemeen gezien als een van de belangrijkste
natuurkundigen uit de geschiedenis. Zelf noemde hij altijd New-
ton als een veel belangrijker natuurkundige dan zichzelf omdat
Newton, anders dan Einstein, behalve theoretisch ook grote ex-
perimentele ontdekkingen deed. Einstein was reeds gefascineerd door begrip ‘Tijd’, en
paste de wetten van Macrokosmos toe in Microkosmos, atoom met positieve kern en nega-
tieve elektronen. 1905 was een topjaar met 4 bevindingen, mede in samenwerking met zijn
eerste vrouw Meliva Maric, eveneens een natuurkundige.
Foto-elektrisch effect:
Het foto-elektrisch effect is het verschijnsel dat elektronen die niet zo sterk gebonden zijn aan
een atoom, loskomen nadat ze voldoende energie opne-
men van invallend licht, en deze vrijgekomen elektronen
veroorzaken een elektrische stroom. Het fenomeen werd
in 1887 ontdekt door de Duitse natuurkundige Heinrich
Hertz. In 1905 legde Albert Einstein het foto-elektrisch ef-
fect uit in een artikel waarvoor hij in 1921 de Nobelprijs

