Page 22 - Sterk in vriendschap - kopie (2)_Neat
P. 22

voor natuurkunde won. De meest cruciale toepassing is misschien wel de fotocel, die wordt
            gebruikt bij de bouw van zonnecellen.

            Brownse beweging:
                                                       Einstein poneerde in 1905 een baanbrekende theo-
                                                       rie  die  de  Brownse  beweging  kon  verklaren.  Zijn
                                                       theorie zegt dat kleine deeltjes in een vloeistof of

                                                       een gas voortdurend botsen met de vele moleculen
                                                       van de vloeistof of het gas waarin ze zweven. Deze
                                                       botsingen zorgen  voor minuscule willekeurige be-
                                                       wegingen van de deeltjes. De Brownse beweging is

                                                       dus een indirecte aanwijzing voor het bestaan van
                                                       moleculen en de beweging ervan.
             Relativiteitstheorie:
            Dingen bewegen zich relatief ten opzichte van elkaar. Niets is absoluut in rust of in beweging.


                           OP AARDE






                                                                     IN RUIMTE

            De lichtsnelheid (300.000 km/s) is constant voor alle waarnemingen of ze bewegen of niet.


                                                                      Ten opzichte van elkaar is hun snel-
                                                                      heid van 100 km/u




                                                Ten opzichte van elkaar is hun snelheid 300.000 km/s want
                                                niets kan zich sneller voortbewegen dan het licht.



            De lichtsnelheid is overal en altijd gelijk.














            Tijdswaarneming afhankelijk van snelheid van bewegen; hoe sneller bewegen, vb lichtsnel-
            heid, hoe korter tijd. Een bewegende klok tikt langzamer dan een stilstaande klok.
   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27